1. Dat de bijbel het onfeilbare Woord van God, door de Heilige Geest geïnspireerd is (2 Timotheüs 3:16), zoals te vinden in het Oude en Nieuwe testament. Het is gezaghebbend, bevat alle waarheden voor geloof en praktijk en is het fundament van het geloof. Te allen tijde zal dit Woord bepalend zijn voor alle facetten van de gemeente.
  2. God is de Schepper van hemel en aarde (Genesis 1:1 en Kolossenzen 1:16).
  3. De bijbel leert ons: De Here onze God is één. Wij geloven in één God (Deuteronomium 6:4), God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.
  4. Jezus, de Zoon van God is in het vlees gekomen, uit de maagd Maria geboren (Lucas 1:35; Jesaja 7:14).
  5. Dat de mens wordt geboren met een gevallen natuur en dus van nature voortdurend geneigd is tot het kwade (Romeinen 3:23).
  6. Dat degenen die volharden in ongeloof zeker verloren gaan.
  7. Dat de verzoening door Christus universeel is en alleen mogelijk is door het offer van Christus Jezus (1 Johannes 1:7). Ieder moet Jezus Christus persoonlijk aanvaarden als Redder en Verlosser. Wie het woord van de Heer hoort en doet en zich laat reinigen door Zijn bloed van alle zonde, en gelooft in de Heer Jezus Christus, zal worden gered van het oordeel over de heerschappij van de zonde.
  8. Dat een ziel volkomen geheiligd wordt, volgende op rechtvaardiging, door geloof in de Heer Jezus Christus. Door bekering wordt men opnieuw geboren en gaat men Gods Koninkrijk binnen (Johannes 3:3). Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven; niemand komt tot God de Vader, dan door Hem! (Johannes 14:6)
  9. Jezus Christus triomfeerde over de dood. Hij heeft alle vijanden, alle machten der duisternis overwonnen, en onder Zijn voeten gesteld (Efeziërs 1:21). Door Hem zijn wij overwinnaars en zullen wandelen in Zijn opstandingskracht.
  10. Jezus voer ten hemel, Hij zit aan de rechterhand van de Vader, alwaar Hij voor ons bidt en pleit (Romeinen 8:34).
  11. Op Pinksterdag zond Jezus de Heilige Geest, de Trooster, Helper (Handelingen 2). De gemeente werd hieronder één lichaam aangegord door de kracht van de Heilige Geest. De Geest wil door de gelovigen heenwerken, om met macht en gezag, met gaven en bedieningen Gods Koninkrijk te bouwen.
  12. Christus is het Hoofd en de Gemeente is het Lichaam van Christus, om dezelfde werken te doen, die Jezus Christus op aarde deed (Marcus 16:15-20). De Heilige Geest moet alle vrijheid hebben in de Gemeente en moet te allen tijde tot de Gemeente kunnen spreken (Openbaringen 2:7). Het woord en de Heilige Geest zullen altijd overeenstemmen.
  13. Jezus zal terugkeren, eerst om zijn Gemeente tot zich te nemen, en daarna om de wereld te oordelen en als Koning te heersen. (1 Tessalonizenzen 4:13-17/ Openbaringen 20:11-15). Dat God na de opname van de gemeente het heilsplan met Israël zal hervatten.
  14. Dat door Israël's niet erkennen van hun Heer en Messias, het heil gebracht werd van het volk van God naar de wereld, zodat die wereld door het kruis van Christus zo weder met God verzoend werd.
  15. Dat Israël en het joodse volk door God zijn uitverkoren en dat de schepping gezegend wordt door en met Israël.
  16. Dat de Geest van God getuigenis geeft in het hart van de mens van rechtvaardiging door geloof en van het verder gaande werk van de volkomen heiligmaking van gelovigen (1 Petrus 1:16).
  17. De Universele gemeente bestaat uit allen die, door Jezus, kinderen Gods geworden zijn.
  18. De plaatselijke gemeente bestaat uit leden (1 Korinthiërs 12), die op een bepaalde plaats tezamen komen volgens het bijbelse principe. Die leden zijn discipelen (volgelingen), leerlingen van Jezus). In de Gemeente werken de vijf-voudige bediening (Efeziërs 4:11), de gaven van de Heilige Geest (1 Korinthiërs 12), de genadegaven (Romeinen 12:3-8) en de vrucht van de Geest (Galaten 5:22).

 

Voor de discipelen geldt:

  1. Eerst moet u zich bekeren om een gelovige te worden, afkeren van de zonde en duisternis, en u keren tot Jezus. Door Hem te gehoorzamen wordt u een discipel.
  2. Discipelen laten zich dopen (uitsluitend door onderdompeling) om het oude te begraven in Christus Jezus en op te staan, om in Zijn opstandingskracht in nieuwheid des levens te wandelen (Romeinen 6:3-5). De doop completeert uw gerechtigheid (Mattheüs 3:15)
  • Discipelen worden gedoopt met de Heilige Geest, om in Zijn kracht te leven (Handelingen 2:38/ Lucas 3:16). Ook geeft Hij aan een ieder de gave van tongen taal en gaven van profetie.(Marcus 16:17).
  1. Discipelen gaan de Heer dienen, zijn Woord lezen, bidden (spreken met God), de samenkomsten bezoeken (woensdagavond en vrijdagavond) (Hebreeën 10:25) en getuigen van Jezus (Handelingen 1:8). In de plaatselijke Gemeenten zet u zich in, en brengt u uw offers. Onder andere Maleachi 3:8 leert, dat wij de tienden (=10% van de inkomsten) in Gods huis zullen brengen.
  2. Discipelen staan achter de visie van de Gemeente en achter diegenen die de Heer heeft aangesteld als leiding (pastors en oudsten). U respecteert en dient elkaar als leden en als Gods familie. Ieder lid is belangrijk (Efeziërs 4:15-16). Problemen worden op bijbelse wijze, met de liefde van de Heer opgelost.